Bright-Side Stories

Bright-Side Stories

Niet seffens, niet subiet ... the time is now!

Hello Bangalore!

Juli 2013Posted by Linda Sun, August 25, 2013 20:14
Het was warm bij aankomst op de luchthaven in Bangalore. Bij ons eerste verblijf in april was het ook al zwoel. Aangenaam en toch weer niet. Als je er een lange vliegreis hebt op zitten, wil je van jezelf niet weten hoe je voor anderen ruikt en verlang je eigenlijk gewoon naar een verfrissende douche. Maar in plaats daarvan moet je nog door een zenuwachtige opeengepakte zwetende massa. Mensen die er stuk voor stuk even vermoeid uitzien als jezelf, en die volgens je eigen goed werkende reukorgaan inderdaad een uur in de wind stinken! Dat bevestigt dan ook weer de vermoedens over jezelf ;-)

Daarna voorbij de strengkijkende en vooral vragende douane: ‘What is the purpose of your visit?’. Bij de afhandeling van de bagage kruipen de minuten als waren het uren.

En toch was ik fris, alert. Mijn brein draaide op volle toeren. Want hier startte het
avontuur echt. Vanaf nu ging een compleet nieuwe wereld open … Voet aan land zetten in onze nieuwe thuisstaat. Het voelde raar. Maar ik had er zin in.


Wachten, wachten en nog eens…

Onze vlucht met British Airways liep veel vertraging op. Eerst vertrokken we in Brussel al ruim een uur later richting Londen. Dat betekende bijgevolg ook minder tijd om over te stappen. Maar het moest volstaan. Ware het niet dat ze net mijn handbagagekoffertje eruit pikten voor een grondige controle.

Mijn eigen fout. Je weet dat je alle elektronische toestellen (gsm, pc, fototoestel, …) uit je koffer moet halen en apart door de scanner moet sturen. Ik was in Londen echter even uit het oog verloren dat er naast mijn notebook ook nog een Ipad in mijn handbagage stak. Lap! Prijs natuurlijk! De scanner had het gezien.

De persoon die de controle voor haar rekening nam was écht zo’n geblokte Britse mansvrouw, om schrik van te krijgen! Alles moest uit mijn koffer én open … Tot ze bij een enveloppe kwam met opschrift ‘Pas opendoen in India’. We hebben zo meerdere enveloppen van vrienden gekregen bij ons afscheid. Leuk, maar we hebben die dus ook echt bewaard tot India, he.

Voor de vrouw was dit een probleem. Wie nam nu een enveloppe mee op het vliegtuig zonder de inhoud ervan te kennen? Ik wou hem absoluut niet openen. En dankzij wat charmerende uitleg heb ik ‘Gestapo-Heidi-Helga’ dan toch kunnen verwurmen. Ze snauwde nog wat dingen die ik niet kon verstaan. Maar het kon mij niet meer schelen. Weg hier! We moesten een vliegtuig halen!


Kind op de kermismolen

Maar ook het volgende vliegtuig nam onmiddelllijk vertraging. Toen iedereen was ingestapt hoorden we een luide gil van een moeder. Een wanhopige rauwe oerkreet! Haar zeer kleine baby vertoonde serieuze ademhalingsproblemen en werd in allerijl naar voren gebracht waar er zuurstof werd toegediend. Men wou geen risico’s nemen, dus was het wachten op de dokter. Na een dik uur besloot men dat het gevaar te groot was, en zou de baby naar het ziekenhuis in Londen worden gebracht. De hele familie verliet dus het vliegtuig. Dit betekende ook dat hun koffers terug uit de bagageruimte moesten. Kortom … ons vliegtuig vertrok 2u later dan gepland.

Ronny en ik hadden het geluk om ‘business’ te vliegen. In onze coupé betekende wachten voor vertrek vooral dat ze 2 keer extra met de champagnefles passeerden en voor een versnapering zorgden. Ons hoorde je dus niet klagen. Ik liet vanaf nu alles op me afkomen. In India zou ik nog wel zwaardere stunten meemaken en meer met ‘wachten’ geconfronteerd worden (ahum).

Toen we eindelijk opstegen had ik intussen al alle elektronica en tools rondom mij uitgeprobeerd, vergezeld van kleine gilletjes. ‘Kijk, Ronny … kijk!’ Een meisje op de kermismolen! Ik doe dat nooit ‘business vliegen’ en ik vind dat zelfs absurd. Waarom moet er onderscheid zijn? Maar onder het mom van ‘zo’n verhuis is toch wel een sterk emotioneel gegeven’ genoot ik er voor een keertje van. Met volle teugen. De stewardess moest lachen: ‘You are gorgeous!’ riep ze me toe.

Nu, mijn belangrijkste ontdekking was toch wel dat ik van mijn seat en voetstoel een volledig bed kon maken. Dat zou goed van pas komen, want van slapen was er die nacht niet veel in huis gekomen.

Tijdens deze trip heb ik eindelijk(!) de film ‘Django Unchained’ gekeken en mij verkneukeld in de puike acteerprestaties van Christophe Waltz. Wat zie ik die man toch graag spelen! En daarna heerlijk geslapen. Heb van de hele vlucht uiteindelijk niet veel gemerkt. Behalve dat het bed toppie was.


No problem, sir

Het was 6u ’s morgens, plaatselijke tijd toen we de caddy met onze valiezen naar buiten duwden op Bengaluru Airport. ‘You want taxi, sir?’ Vandaag liepen we de hordes opdringerige taxichauffeurs straal voorbij. Onze ‘driver’ stond ons al op te wachten.

Ronny kende hem al. Hij verbleef in juni al 3 weken in India. Maar voor mij was het de eerste kennismaking met ‘RAM’, onze chauffeur. Ronny en ik zullen in Bangalore niet zelf kunnen autorijden. Te gevaarlijk. Het verkeer is een chaos. Zoiets geloof je pas als je er zelf geweest bent. We hebben dus een wagen mét chauffeur. Dat voelt voor mezelf heel raar aan. Mijn auto is altijd een beetje mijn vrijheid geweest. En nu ben ik ineens afhankelijk van een persoon. Ram, dus.

Ram was er al vanaf 23u ’s avonds. Hij had onze aankomsttijd verkeerd doorgekregen … en met alle vertragingen erbij had hij dus de hele nacht doorgebracht op de luchthaven. Arme man. Hij was stikop. Het was niet onze schuld … maar we voelden ons toch behoorlijk gegeneerd.

Daarbij kwam nog dat wij behoorlijk veel bagage bij hadden. Ronny’s megagrote fietskoffer moest bovenop de wagen op een draagrek. En alhoewel Ronny de driver hiervoor gewaarschuwd had, had deze geen touwen of gespen mee om dingen bovenop te bevestigen. Maar hij zag er absoluut ‘no problem’ in. ‘We leggen dat ding er gewoon bovenop en vertrekken’, zei hij. ‘I will drive very slowly, sir.’

Ja, ja zoiets kon misschien in zijn wereld, … maar niet in de onze. Stel je voor dat bij bruusk stoppen dat ding van je dak schoot. En dan dacht ik vooral aan de weggebruikers rondom ons. Ik vergeet nooit het verhaal van een koppel in mijn geboortedorp dat na een vakantie aan zee met twee auto’s naar huis reed met een surfplank bovenop één van de wagens. De surfplank kwam los en schoot recht in de ruit van de andere wagen. De man heeft het ongeval niet overleefd. Ik huiverde toen ik eraan dacht. No way, die koffer ging niet los op het dak. Ronny wist dat hij ergens gespen mee had. Na een tijdje zoeken vond hij ze … uiteraard in de laatste koffer die hij opende.

Bij aankomst aan ons appartement kreeg Ram meteen vrij tot ’s avonds, zodat hij wat kon bijslapen. Tegen de avond zouden we iets gaan eten en moest hij terug present zijn

  • Comments(7)//misses.bright-side.be/#post8

Just smile along ...

Juli 2013Posted by Linda Wed, August 14, 2013 17:34

‘I’ve learned to fake it and just smile along’ … Een zinnetje uit het nummer ‘Candy’ van Iggy Pop en La Pierson. Ik moest eraan denken toen ik aan de balie van de Indische ambassade in Brussel stond.

‘Morgen naar de ambassade’ schreef ik een dag eerder op Facebook. ‘Denk eraan’, antwoordde één vriend onmiddellijk: ‘Op de ambassade: always smiling’. De volgende dag werd mij pijnlijk duidelijk wat hij hier precies mee bedoelde. Kafka kon er een puntje aan zuigen.

Een visum aanvragen voor een land als India bleek namelijk een zware beproeving voor mijn onweerstaanbare drang naar efficiëntie en logisch denken. Hoe geraak ik op de snelste manier van punt A naar punt B? Euhm, het bezoek aan de Indische ambassade had meer weg van een ritje met zo’n risksja die je een kilometer verder moet afzetten, maar eerst ongevraagd de hele stad rondtoert, met tussendoor nog enkele commerciële tussenstops, vooraleer echt koers te zetten naar je bestemming. Is India wel zo’n goed idee, Linda?


Kafka

Mijn man had een werk-visum nodig. Dat geven ze je niet zomaar. Het vergt veel papierwerk en evenveel stempels van allerlei instanties. Bewijzen, diploma’s, werkgevergetuigenissen en nog meer stempels. Ah ja, en je komt best met de originelen! Ronny is op een blauwe maandag nog helemaal naar Zutendaal gereden voor zijn authentieke diploma, dat zijn moeder gelukkig mooi ingekaderd op zijn oude slaapkamer had hangen. Geloof mij, er is geen betere plaats om documenten in bewaring te geven! ;-)

Het heeft een tijdje geduurd vooraleer alle voorbereidende paperassen in orde waren. En daarna moest er nog een vertaling gebeuren. Gelukkig werd Ronny hierin bijgestaan door zijn bedrijf en een derde partij. Ik stond al weken in de startblokken om ineens, als Ronny belde, naar de ambassade te vertrekken, om zeker tijdig onze visa te hebben. Maar de bewuste papieren lieten op zich wachten.

Ikzelf had gewoon een entry-visum nodig, als vrouw-van … No ‘stempels’ for me. Gelukkig maar. Wel een supergrote pasfoto. Een ander formaat dan wij gewoon zijn. En je mag vooral niet lachen. Ik lag in een deuk bij de fotograaf. Als ze je zeggen dat je een heel ernstig gezicht moet opzetten … tja, dat moeten ze nu net tegen mij zeggen … Ik heb mij twee keer moeten herpakken. Vooral de mannen komen op die visumfoto’s als echte misdadigers naar voren.

Soit … toen alles in orde bleek en Ronny zijn afpuntlijstje nog een laatste keer overliep, had ik er vertrouwen in. Men verzekerde ons nog dat we zeker op tijd waren en samen onze visa zouden kunnen aanvragen. Datum intussen: twee weken voor onze afreis.


Kére-ké-wére

Mijn vertrouwen kreeg al snel een deuk bij het binnentreden van het gebouw. Geen volk, dat was wél een meevaller. Een vriendin had mij gewaarschuwd dat zij er ooit een halve dag doorbracht.

Maar dan …
‘Oh no sir …’, samen onze visa aanvragen. Dat zou niet gaan. Ronny en ik keken mekaar aan. Onze ogen schoten paniek, maar we bleven lachen. Ah ja, dat hadden we ons voorgenomen. Keep on smiling. Eerst moest Ronny’s dossier afgehandeld worden. Een werkvergunning, weet je wel. En als dat helemaal klaar was, mocht ik een keertje terugkomen helemaal naar Brussel! Het in orde brengen van Ronny’s visum alleen al zou één à twee weken duren. En daarna zou het mijne evenveel tijd in beslag nemen. Oeps! Zolang hadden we niet meer. Op de vraag of beide dossiers niet onmiddellijk tesamen konden afgehandeld worden … werd negatief gereageerd. Ah nee, wat hadden we gedacht, … zo werkte dat niet op de ambassade.

Ik zag de film al voor mij: Ik Ronny op de luchthaven uitwuiven, met zakdoek en al en dikke krokodillentranen. Om hem dan zelf pas één of twee weken later na te vliegen. Ik doe dat, ik durf dat … maar dat was niet mijn idee om samen dit avontuur te starten. Maar lachen bleven we. Je hebt die uitdrukking ‘…als een boer die kiespijn heeft’. Wel, ik voelde die pijn. Maar wat heb je eraan je dik te maken. Helemaal niets. Stel je voor dat ze ons dossier dan helemaal onderaan de stapel legden.


Face

Als ‘gewichtig doen’ in hun jobomschrijving stond, dan kregen de twee heren achter de balie een uitmuntende beoordeling. Elk document werd met wenkbrauwgefrons bekeken. Er kon geen lachje af. Dan kwam de supervisor zich met onze zaak bemoeien. Hij droeg een gilet dat duidelijk onderdeel was van een driedelig pak. Af en toe wreef hij even door zijn perfect geföhnde haren. Hij had zo’n ‘Face’-kapsel. No matter wat er gebeurde … die haren bleven in perfecte plooi. Zoals het kapsel van Face van The A-team! Al verging de wereld … dat gaf ook nooit een krimp! Misschien kon hij wel iets aan onze situatie veranderen? Ijdele hoop … ook deze ‘patron’ kon niets doen. Ah nee, zo werkte dat niet op de ambassade!

Tenslotte mocht Ronny nog van zowat elk papier een kopie nemen. Daar sta je dan met je originelen. Er stond een machine achteraan. Enkele eurocent per kopie. En ja hoor … ze konden omwisselen in kleingeld. Dat was dan wel geen probleem. Nu fronste ik mijn wenkbrauwen, bij zoveel proactiviteit.

Ah ja, nog een weetje. Ronny zou zijn visum enkel kunnen afhalen in de namiddag. Maar dan meteen het mijne aanvragen … ah neen, dat zou niet gaan. Een visum AFhalen doe je in de NAmiddag, mevrouw! Een visum AANvragen in de VOORmiddag. Ah ja, zo werkt dat op de ambassade! Dat werden dus nog meerdere bezoekjes aan onze hoofdstad.

Oh, ik had zo graag die supervisor aan de revers van zijn gilet over de balie getrokken. Maar in plaats daarvan bleven we lachen. Alsof onze smile met elastiekjes achter onze oren werd vastgetrokken.


Whatever will be, will be ...

Toen we buiten stonden keken we mekaar aan, onze smile had plaats gemaakt voor een zenuwachtige geforceerde lach en we bleven onze hoofden schudden. Ongeloof! We zijn een straffe kop koffie gaan drinken om te bekomen. Maar we konden niet anders dan ons bij de situatie neerleggen. Whatever will be, will be...

De weken erna is er serieus gelobbyd om onze visa tijdig in orde te krijgen. En het is gelukt. We hebben samen het vliegtuig richting India genomen. En daarvoor ben ik heel dankbaar. Had bovenstaande vooral met bureaucratie te maken? Of was dit alles al een voorsmaakje van wat ons ginder te wachten stond? Ben zeer benieuwd … but we’ll keep on smiling!

  • Comments(1)//misses.bright-side.be/#post7